Farmafit

Open Source Medicijnen

Archive for the ‘Politiek’ Category

Bestel-maar, declareer-maar, betaal-maar

met 3 commentaar

Graag deel ik met u een waargebeurd verhaal dat mijns inziens tekenend is voor een grote weeffout in het Nederlandse zorgstelsel: de arts, zorgproducent, declarant kan gewoon zijn gang gaan; bestel-maar, declareer-maar, betaal-maar (vrij naar Rowwen Hèze – Bestel Maar). Zorgproducten (artsen en andere zorgprofessionals) leveren zorgdiensten en -producten aan zorgconsumenten. Deze diensten en producten zijn vervat in vele verschillende codes, met tientallen (zo niet honderden) standaarden ten behoeve van opname in databases voor declaraties, betalingen, kwaliteitsmetingen etc. Mijn vrouw was in de  zomer van 2009 bij haar tandarts geweest en omdat de tandarts geen declaraties rechtstreeks aan de zorgverzekeraar kan sturen (waarom zij niet en alle andere zorgproducenten wel?), wordt de factuur eerst betaald door de consument zelf, die de factuur op zijn beurt declareert bij de zorgverzekeraar. In ons geval, had de tandarts een verdoving (zorgdienst) dubbel gedeclareerd (code A10 en T82), waarop mijn verzekeraar besloot om deze dubbele declaratie niet uit te keren. Op mijn beurt volg ik mijn verzekeraar die ter bepaling van declarabiliteit een fantastisch systeem heeft, waarin per verzekerde, per element, bepaald wordt aan de hand van de verzekeringsvoorwaarden en historisch declaratiegedrag of geld uitgekeerd wordt. Dus trek ik dat dubbel gedeclareerde bedrag ook weer af van mijn betaling aan de tandarts, die daarop protesteert en stelt dat hij wel zeker die handeling heeft uitgevoerd en daarom nog steeds betaling verlangt van mij. De email-corespondentie staat hier te lezen: smithuis declaratie. En dan te bedenken dat de tarieven in 2010 ook nog eens tot 23% verhoogd gaan worden blijkens een artikel op independer.nl. Wie het snapt mag het zeggen.

Ik deel voorts een aantal overwegingen met u:

a* de codes die gehanteerd worden door de verschillende zorgproducenten gebruikt worden staan nergens overzichtelijk op een door de overheid gecontroleerde website;
b* er bestaat geen historisch overzicht van wat die codes in het verleden inhielden en kostten;
c* in de wet  (ZVW) is opgenomen dat indien er een “medische noodzaak” bestaat, de handeling / product te allen tijde verzekerd is en dus betaald wordt door de zorgverzekering;
d* de zorgproducent is de enige die “medische noodzaak” mag bepalen (niet de consument, niet de overheid, niet de verzekeraar);
e* een zorgproducent heeft een economisch motief: inkomensmaximalisatie (IB), of winstmaximalisatie (Vpb);
f* een zorgverzekeraar heeft GEEN economisch motief; de kosten die zij betaalt worden toch wel vergoed uit de premie-inkomsten en het vereveningsfonds. Wie de de financiele resultaten van de 4 grootste zorgverzekeraars bestudeert bemerkt dat financiele resultaten van de afgelopen 3 jaren niet van dien aard zijn, dat een belegger hier warm voor loopt. Met alle respect voor alle goedbedoelde inspanningen van de verzekeraars zijn deze in wezen niets anders dan een financiele appendix van de overheid geworden (Achmea, Menzis, CZ, UVIT);
g* de zorgproducent stelt vanwege punten c, d, e en f daarmee zijn eigen omzet/inkomen veilig;
h* een zorgconsument moet ieder jaar weer een paar % extra premie betalen en ondergaat dat gelaten, want de verschillen tussen de zorgverzekeraars zijn miniem en “alles wordt toch duurder”;
i* de overheid (Min.VWS) wil al jaren dat de collectieve kosten voor de zorg dalen (zeker in het licht van de aanstaande vergrijzing);
j* een zorgconsument weet in veel gevallen niet WAT hem aan zorgdiensten en -producten is geleverd omdat j1* de rekeningen rechtstreeks naar de zorgverzekeraar gaan en j2* de codes niet duidelijk omschreven zijn. In de “normale economie” tekent een ontvanger altijd een pakbon / opdrachtbon voor ontvangen producten en diensten, in de zorg is dat schijnbaar onmogelijk;
k* in de “normale economie” wordt voor levering een offerte gedaan; in de zorgeconomie wordt dat ook niet gedaan want “het wordt toch wel betaald”.
l* in de “normale economie” weet een consument welke leverancier (i.c. zorgproducten/arts) een goede leverancier is, en kiest aan de hand van prijs en kwaliteit zijn product of leverancier uit. Dat doet u toch ook als u een nieuwe fiets, auto, computer koopt of een vakantie boekt? Wat zou het helpen als een consument een ranglijst kon zien online met de beste [tandarts] voor [tweevlaksvullingen], die <gerate> is in [2010] door [vrouwen], in de [leeftijdscategorie 30 - 40 jaar], in het [postcodegebied 2011 - 2015]. Of in dezelfde analogie; wat is het beste medicijn voor iemand zoals ik, met mijn aandoening?

Dat vergt alleen wat openheid van databases. Amazon, Yahoo, Google kan consumenten leveranciers en producten laten waarderen. Maar in de zorg kan het niet vanwege de altijd aanwezige beer op de weg die “privacy” genoemd wordt. Of “ethiek” is ook zo’n mooie kapstok, want “je gaat toch geen schandpaal maken van slechte artsen”? En delen van informatie over patienten? No way! Als een consument bij de ene apotheek vertrekt om naar een andere apotheek te gaan waar hij om wat voor reden dan ook betere service krijgt (want de medicijnen zijn van Groningen tot Maastricht toch overal gelijk) dient dossier-overdracht plaats te vinden. Wettelijk verplicht. Maar het aantal apothekers die daaraan geen medewerking verlenen zijn ontelbaar. Of artsen in een ziekenhuis (maar uit verschillende maatschappen) die geen informatie delen over dezelfde patient/zorgconsument/klant – want stel je eens voor dat er collegiaal commentaar komt! Het EPD tracht(te) daar verandering in te brengen. Maar helaas weet de beroepsgroep van zorgproducten ook deze minister (de zoveelste op rij) weer zo te pesten dat met al het getraineer we helaas mijnheer Klink ook niet zullen kunnen gaan feliciteren met een fraai resultaat binnen zijn huidige ambtstermijn.

Ondertussen blijft transparantie maximaal gefrustreerd, wordt het basispakket verder uitgekleed. 25% Kostenstijging in 5 jaar tijd. Welke branche kent u waar zulke kostenstijgingen zich voordoen? Of wat dacht u van de toename van het aantal apotheken (retail medicijnen) in Nederland tot 2005. Vanwege het preferentiebeleid neemt dat aantal wel weer af, en zal mijns inziens die daling nog wel een jaar of 10 doorgaan tot we er zo’n 700 – 900 overhouden. Heeft u bemerkt dat de farmaceutische zorg beter is geworden de afgelopen 10 jaar door al nieuwe medicijn-retailers?  Het preferentiebeleid heeft in 2008 zo’n 350 miljoen euro aan marges weggehaald bij de apotheken (retailmarge). Dat is dus 350 miljoen minder “schade” voor de verzekeraars. Is uw verzekeringspremie ook goedkoper geworden in 2009?

Het basis zorgverzekeringspakket verschraalt en steeds meer zorgproducten en -diensten worden in de aanvullende verzekering gestopt, waardoor  het geld niet meer via de minister betaald wordt, maar door de consument zelf die dat op zijn beurt weer gaat halen (via vakbonden etc.) bij de werkgevers, die op hun beurt terecht gaan klagen over te hoge kosten voor arbeid en verslechterde internationale concurrentiepositie, hun productie gaan verplaatsen naar goedkopere landen en we ons in dit land hiermee ook in de eigen voet schieten.

Er is een oplossing: maak de consument(-enpositie) sterker. Laat normale economische motieven hun werk doen en dan komen vanzelf de goede zorgproducenten bovendrijven. Ik sprak afgelopen zomer een bestuurder van een van de 4 grote zorgverzekeraars en stelde voor om de geanonimiseerde declaratie-data (een zorghandeling / -declaratie is dan op geen enkele wijze terug te voeren op een individuele consument) van de afgelopen 10 jaar gewoon vrij te downloaden op een website te plaatsen. Waarna vanzelf allerlei mensen deze data gaan bestuderen, analyseren. Data is in deze tijd een grondstof geworden. Grondstof voor Informatie.  Informatie waarop echt beleid gemaakt kan worden. Beleid dat niet meer gebaseerd is op de eigen interpretatie van verschillende beroepsgroepen die met hun eigen agenda, een kort samengevat rapport uitgeven in een boekje dat 17 maanden na enig kalenderjaar wordt rondgedeeld aan een paar intimi. Minister doorbreek de macht van de gatekeepers in de zorg en eis dat data over die zorg vrij komt, zodat de consument weet, wat hij waar kan halen. 17 Miljoen Nederlanders gaan vanzelf die verandering in gang zetten. Alleen zo kunnen we het bestelgedrag veranderen!

Rest mij, ter voorkoming van onbedoelde kritiek, te vermelden dat er gelukkig heel veel goede zorgverleners en zorgverzekeraars zijn in dit land.

Geschreven doorbjaspers

25/11/2009 op 12:18 PM

Geplaatst in Healthcare 2.0, IT, Politiek

functionele bekostiging = lumpsum healthcare?

laat een bericht achter »

23-jun-09 mocht ik bijzitten bij een farmadebat in Huizen. Mooie zaal, goed georganiseerd door Gerhard Bruggink die hele series van die bijeenkomsten rondom farmacie organiseert. Het thema vandaag was ‘Functionele aanspraak farmacie: een veelkoppig monster?’. [Functionele aanspraak] (FA) staat tegenover het begrip van [functionele bekostiging] (FB). Dat laatste is een nieuwe vorm van keten-dbc’s (die nog gemaakt moeten worden) met als doel de keten van (sequentiële of parallelle) zorgdiensten en -producten onder te brengen in een pakketje, dat aangeboden gaat worden door (nog op te richten) rechtspersonen met als doel een overzichtelijker zorglandschap. Een ziekte = een oplossing = een prijs.

lump-sum financiering

Laat me wat overwegingen met u delen:
* we hebben in dit land dbc’s bedacht, een mooie lijst van coderingen die staan voor zorgdiensten. Op basis van een [dbc] mag een [zorgaanbieder] een bepaalde [prijs] voor een [dienst] declareren bij een [zorgverzekeraar]. In het geval van de functionele bekostiging (FB) zullen er [keten-dbc's] (kdc) ontwikkeld moeten worden. U heeft Diabetes, even checken…. ja dat is kdc#145a… is Eur 1823 per jaar (fictief bedrag) voor alle [standaard zorg]. Standaard?

* De standaard. Dat is “goede zorg”. Wat is “goed”? Uuhm… nou ja dat je doorleeft en zelf goed let op je eet-, beweegpatroon? Want dat is wel je eigen verantwoordelijkheid! En natuurlijk moet de zorg geleverd worden conform de Diabetes-zorgstandaard (heel mooi consumer-driven initiatief overigens).

* De functionele bekostiging kent een antagonist: de [functionele aanspraak]. Dat houdt zoveel in als, als ik het als consument echt nodig heb (en dat vind mijn arts ook – want die kent daaraan het labeltje “medische noodzaak” toe) dan heb ik er gewoon recht op, en krijg ik het betaald ook. De CG-Raad vond gisteren dat er “nog wel wat licht zat tussen de definitie van functionele bekostiging en aanspraak”, en dus moet daarover alvast doorgepraat worden. Laat het nou net de bedoeling zijn om daar wat licht tussen te laten schijnen. Dat licht noemt men ook wel “eigen verantwoordelijkheid”. Maar ja, hoe meet je die nou weer op [outcome]? Want we moeten niet meten op [input] (wat heb je geconsumeerd en wat kost dat allemaal), maar op [outcome]. En wat kan ik er als consument nou aan doen, als ik ziek word? Sterker nog, wat kan mijn ZV er aan doen, dat ik er een verkeerde leefstijl op na hou?


* De FB wordt straks, zo is het plan, geleverd door zogenaamde zorggroepen (ZG). Dat zijn in een B.V., N.V., stichting of anderszins gegoten maatschap (in ieder geval een juridische entiteit bij de KvK geregistreerd) van samenwerkende, anders zelfstandige (met hun eigen B.V. of eenmanszaak) zorgaanbieders. Bijvoorbeeld hier (opsomming kort gehouden omwille van duidelijkheid): huisarts, fysiotherapeut, internist, en wellicht straks ook de apotheker. Deze ZG’s worden de onderhandelingspartner voor de zorgverzekeraars (ZV).

* De partners / aandeelhouders / zorgaanbieders in de ZG gaan intern onderhandelen over hun omzet-aandeel. “Als jij nou twee keer per jaar een telefonisch consult doet i.p.v. een fysiek huisbezoek is dat …. dan lever ik wel de generieke medicijnen uit… en doen we een abo’tje van maximaal 3 keer op de fysio”. “Uh.. nou nee, want ik doe nu gemiddeld al 4 consulten per diabeet per jaar?!”.”Ok, dan doe jij 2 fysieke consulten, en 2 telefonische”. “… ok, dat is dan Eur 845 / jaar, + admin.kosten + huisvesting + personeel = 1867 euro’ ! Sh… Nog een keer. “Ja maar jongens, wacht eens even – ik stuur dan 14% van de klanten gewoon door naar het ziekenhuis, wegens medische noodzaak! ” Aah, goed idee! – ok, dan pakken we toch nog Eur 135 per klant”. Keer 3400 koppen … ja, dat is wel mooi toch?  ”ja, maar dan wil ik wel een kick back vanuit jullie maatschap in 2011. Geïndexeerd!”

* De ZV schrijft voor het gebied Amsterdam een tender uit voor “goede diabeteszorg”. Er zijn 12 ZG’s die inschrijven en die gaan allemaal akkoord met het laagst onderhandelde tarief van Eur 1795 per jaar voor “goede diabeteszorg”.NDF

* Gedurende het jaar blijkt dat de zorgconsument-met-diabetes-die-verzekerd-is-bij-de-ZV en dus bij een van de beste ZG’s-van Amsterdam is ingedeeld niet helemaal lekker te reageren op zijn medicatie, wat last krijgt van zijn voeten… Een nieuwe kwartaal-voorraad medicijnen is net uitgeleverd – maar de huisarts schrijft toch een ander medicijn voor, want hij heeft toch de eed van Hippocrates afgelegd en wil de beste zorg bieden aan zijn klant. Budgetoverschrijding… De fysio wordt terug-geroepen… nog minder besteedbaar budget in de ZG! Help! Is dat ondernemersrisico voor de ZG-B.V.? Of gaat de rekening wegens “medische noodzaak” toch naar de ZV toe?

We hebben in dit land honderden systemen om zorg te standaardiseren, homogeniseren, extraheren, abstraheren en te specialiseren. Het wordt er allemaal niet overzichtelijker op. Standaarden en richtlijnen worden gemaakt om er later weer van af te wijken. Discussies over de suprematie van het ene of het andere systeem zijn aan de orde van de dag. We hebben al: dbc’s, het vereveningssysteem voor de ZV’s.  We hebben de AWBZ, de ZW, CQ-index, benchmark-systemen, CAK-index, IB-aftrekposten bijzondere zorgkosten, claw backs etc.etc. Nu nog eentje er bij?! Och arme de ZV’s die dit straks allemaal weer moeten inpassen in hun automatiseringssystemen. Hieperdepiep hoera voor de automatiseerders die er weer wat tegenaan mogen programmeren. Als de FB gepareerd gaat worden door de FA, met een klein beetje licht ertussen, is het dan allemaal wel de moeite waard? Henk Eleveld, adviserend apotheker van Menzis en panellid gisteren, pleitte terecht, voor meer aandacht voor preventie, ziet toewijzingsproblemen bij co-morbiditeit (moet ik dan naar 3 verschillende ZG’s?) en vreest de administratieve last die de FB met zich meebrengt. En ook de snelheid waarmee alles opgetuigd moet worden!

———–

De economie is een sociale wetenschap. Een veel gebruikte modus om tot een voor de consument passend (medisch-) economisch optimum te komen is prijs en kwaliteit. Beide onderdelen in deze alledaagse afweging worden de consument structureel onthouden in de zorg-economie. Hij (de consument die direct en indirect toch de premies betaalt) weet niet wat iets kost, en hij kan nergens toegankelijk (website) zien wat andere (soortgelijke) zorgconsumenten nou precies vinden van de zorgaanbieder (arts, ziekenhuis, ZG etc.) of het zorgproduct (medicijnen, hulpmiddelen etc.). “Quality is a happy customer”, hing vroeger aan de magazijnmuren van mijn oude bedrijf. Want een gelukkige klant komt terug, en dat is precies wat een ondernemer wil. Maar een (chronische) ZORGconsument “die komt toch wel terug”. So, who cares?

De functionele bekostiging komt naast ! de normale zorgconsumptie-vergoedingen-systematiek te staan. Dus het draagt wel bij aan de keuzevrijheid van de consument, maar of die daar nou gebruik van gaat maken (opgesloten in een ZG), als hij ook vrij mag kiezen? De kosten in de zorg zullen de komende jaren schrikbarend stijgen. Die volumegroei wordt veroorzaakt door de vergrijzing en door duurdere behandelingen. Ergens zal de wal het schip keren, ergens zal de overheid niet alles meer kunnen betalen. Dat betekent dat het basispakket vanzelf gaat verschralen en meer zorg naar de aanvullende verzekeringspakketten zal gaan. Dat brengt een belangrijk deel van de kosten direct  bij of de werknemer of zijn werkgever. En laat die werkgever nou prima kunnen onderhandelen over prijs en kwaliteit! Maar als de kosten voor zorg gewoon doorstijgen, zullen die kosten ook door de werkgever terugverdiend moeten worden > en dat maakt de Nederlandse producten weer duurder ten opzichte van de internationale competitie. Zo was in 2002 een GM-auto USD1350 duurder dan een Toyota-auto. De rest van het verhaal kent u.Happy customer

Het wordt tijd voor een andere systematiek voor de ZV en overheid: maak van uw klant uw inkoper! Informeer hem transparant, online over wie de beste tandarts voor tweevlaksvullingen is in Maastricht en 5 kilometer daarbuiten, <ge-rate> door diezelfde consumenten in combinatie met prijs-, wachttijd-, pijnbestrijdings-, CQ en andere indicatoren! Maak van uw klant uw inkoper! En beloon hem voor het vinden van de beste kwaliteit met een lagere premie of een bonus of iets anders. Dan heeft u echt consumer-driven healthcare En uw klant wordt blij. En dat is pas echte winst, want een blije klant…


Geschreven doorbjaspers

24/06/2009 op 10:41 AM

Een zwarte lijst? Eerst de Black box open!

laat een bericht achter »

In reactie op de blogentry van Joep Schrijvers de volgende overweging:

===========

Geachte heer Schrijvers,

Chapeau! Wanneer beginnen we? Maar… in plaats van alleen de slechterikken op een lijst te zetten, zou het zo interessant zijn voor de zorgconsumenten zelf, om ook een lijstje online te kunnen raadplegen met inhoudelijke informatie over GOEDE zorgproducenten (o.m. artsen, fysiotherapeuten en ziekenhuizen).

wat doe je met je data?

Als ‘het veld’ nu eens wat databases zou opengooien en geanonimiseerde data ter beschikking zou stellen aan de consument, dan maakt die zelf zijn eigen keuze voor een ziekenhuis of huisarts op basis van prijs en kwaliteit. Ja hoor, nog even en u publiceert ook een prijslijst op uw website – want het basispakket wordt begrijpelijkerwijs uitgekleed (de overheid kan het simpelweg niet meer financieren en dus gaat die rekening naar de private sector waar een paar jaar later de werkgevers en de werknemers op hun beurt gaan stoeien over wie dan de rekening gaat oppakken), en veel zorgdiensten en

-producten zullen via een hellend-vlak-debat in de 2e kamer de komenden jaren overgeheveld worden naar ‘aanvullende verzekeringspaketten’, en dat maakt dat er eindelijk een direct economisch motief komt te liggen bij een zorgconsument.

Juist dat economisch motief (kwaliteit van leverancier, product, dienst, prijs, rating op een lijstje, social recommendations a la Linkedin etc.etc.) zullen de consument van een mak zorg consumerend schaap dat zich overal heen laat sturen, vermaken tot een kritische zorgconsument.

Dus pas al de artsen, verzekeraars en overheid fatsoenlijk data ter beschikking stellen zodat die consument zelf !! kan bepalen wie goed en slecht is, zullen er Goede Lijstjes ontstaan. Maar zo lang zorgproducenten onder het valse voorwendsel van ‘privacy’ geen enkele bit aan data afstaan uit hun HIS, FIS, ZIS, AIS, xIS – zo lang zal er aan het hele stelsel niets veranderen dan een % erbij en een euro’tje eraf. Ik wil als consument best wel weten hoe het voorschrijfgedrag van mijn huisarts (ICPC-code & RVG-code) zich verhoudt tot het voorschrijfgedrag van alle andere huisartsen die medicijnen voorschrijven aan [man], [35-40 jaar], [aandoening=diabetes], [leefstijl=actief], [bmi=26]. Om maar een voorbeeld te noemen.

De komende jaren zal een ‘war for data’ ontstaan – want juist data is de grondstof voor informatie. En inderdaad ‘evidence based’ medicine is de enige juiste weg voorwaarts. Dus waarom dan niet een bak anonieme transactiedata aan de consument ter beschikking stellen zodat die zelf (geholpen door een website met een statistische accordering t.a.v., betrouwbaarheid en zekerheid van conclusies, gemiddelden en SD’s) ‘evidence’ kunnen vergaren?! Top. Technisch kunnen we het vanmiddag nog doen. Organisatorisch moeten we wachten op de eerste zorgproducenten (huisartsen, apothekers bijv.) die hun data ter beschikking willen stellen aan het publiek, en niet aan een of andere prof. in een achteraf-stichting-werkgroep-overlegorgaan dat 2 jaar na kalenderjaar een hoog abstract rapport voltypt en op een omgezaagde boom door het land heenstuurt naar een groep van intimi die enkel de managementsamenvatting lezen en dan overgaan tot de orde van de dag…

Maar goed, we hebben maar een huisarts nodig die mee wil werken – en dan maken we daar samen een beginnetje mee. Als u er eentje vindt (apotheker is ook goed) – laat het me snel weten!


Geschreven doorbjaspers

05/06/2009 op 9:15 AM

Onderzoekers die afhankelijk zijn van de farmaceutische industrie ruïneren onze gezondheid

laat een bericht achter »

Volgende artikel is met toestemming van de auteur doorgeplaatst. Auteur: prof. dr. Trudy Dehue, RUG.

VOLLEDIGE TEKST:
Stel, u werkt als manager bij een groot farmaceutisch concern. Wat zou u doen in het volgende geval? U gaf onderzoekers de opdracht tot twee grootschalige internationale tests om de effectiviteit en veiligheid te onderzoeken van uw antidepressivum bij jongeren. Het middel is al een blockbuster onder volwassenen. Artsen schrijven het wel voor aan jongeren, maar dat gaat ‘off label’ want u hebt daarvoor geen licentie. Derhalve kunt u het niet als een medicijn voor jongeren adverteren, zodat u opdracht gaf tot die kostbare tests. Maar nu is er een vervelend probleem. Het lukte uw onderzoekers niet om de effectiviteit van het middel aan te tonen. In een van de twee tests waren de jongeren er met uw middel zelfs slechter aan toe. In de andere was er geen verschil met de placebogroep. En het nieuws is nog erger: naast allerlei nare bijwerkingen was er ook een verhoogd zelfmoordrisico in de groep die het echte middel slikte.
Wat nu? Meldt u de nieuwe onderzoeksuitkomsten ogenblikkelijk aan de bevoegde autoriteiten, omdat artsen uw medicijn immers al veel aan jongeren voorschrijven? Stelt u waarschuwende persberichten op voor medici en ouders, zodat de betrokken jongeren niet van adequate zorg verstoken blijven? De manager van de farmaceutische multinational GlaxoSmithKline besliste anders in dit waargebeurde verhaal. Het bedrijf had het antidepressivum Seroxat op jongeren laten onderzoeken in twee tests, uitgevoerd in elf landen. Dat leverde in 1998 de juist genoemde uitkomsten op. Deze bevestigden wat gebruikers vaker hadden gemeld: het komt voor dat iemand na het slikken van een SSRI (het type antidepressivum waartoe Seroxat behoort) zich plotseling met grote agressie keert tegen anderen of zichzelf. In plaats van de onderzoeksresultaten publiek te maken, besloot de verantwoordelijke manager ze deels in de doofpot te stoppen en deels als positieve resultaten te publiceren.
In een vertrouwelijk intern memo stelde ze dat de beide tests niet gemeld zouden worden bij de registratieautoriteiten omdat ze ‘niet robuust genoeg’ waren voor een licentieaanvraag. De ‘mogelijke negatieve commerciële effecten’ ervan moesten worden ‘geminimaliseerd’, omdat ‘het profiel van Seroxat niet mocht worden geschaad’. De test die geen grotere effectiviteit opleverde dan placebo, verdween in de doofpot. Over de andere test met een resultaat gelijk aan placebo liet ze een wetenschappelijk artikel schrijven met de conclusie dat Seroxat ‘over het algemeen goed te verdragen en effectief is bij adolescenten’ en dat er een paar ernstige gevallen waren van verhoogde ‘emotionele labiliteit’. Het lukte in 2001 om dat artikel gepubliceerd te krijgen in een wetenschappelijk tijdschrift. Het werd één van de meest geciteerde publicaties die het verstrekken van antidepressiva aan jongeren bepleit. Tot in 2007 werd het besproken als een test met gunstige resultaten voor Seroxat. Toch kwam GlaxoSmithKline er niet helemaal zonder kleerscheuren vanaf. Het memo lekte uit en zwerft nu op het internet.
Dit verhaal speelt vlakbij ons bed, want Nederlandse medici oriënteren zich op de internationale vakliteratuur bij het zoeken naar de beste behandeling voor hun patiënten. Het laat zien hoe zorgelijk het is dat de meeste geneesmiddelentests worden gedaan in opdracht van de fabrikanten zelf. Positieve uitkomsten zijn voor hen van levensbelang, want de waarde van hun aandelen kan zelfs dalen of stijgen alleen al met tussenuitslagen van de tests. De bedrijven houden vaker ernstige bijwerkingen verborgen, zoals blijkt uit het gegeven dat ze daar af en toe op worden betrapt.

Niet alleen het verborgen houden van bijwerkingen, maar ook het ongepubliceerd laten van tegenvallende effectiviteit is een aanzienlijk probleem. Dat werkt door tot in de spreekkamer van ook Nederlandse artsen. Als alleen succesvolle experimenten openbaar zijn, ontstaat bij behandelaars een te gunstig beeld. Onafhankelijk betaalde onderzoekers bieden hiertegen van tijd tot tijd tegenwicht. Regelmatig moeten ze eerst via de rechter afdwingen dat ze alle onderzoeken mogen inzien. Vervolgens kunnen ze berekenen dat het achterhouden van onwelgevallige testuitslagen de gemiddelde uitkomsten verfraait. Zo is er het artikel over verschillende merken antidepressiva, dat een onderzoeksteam onder leiding van Craig Whittington in 2004 publiceerde. Toen Whittington en zijn medewerkers ongepubliceerd gelaten experimenten met jongeren meenamen in hun berekeningen, woog het gemiddelde positieve effect niet meer op tegen de risico’s. Dat stuk verscheen in The Lancet en een redactioneel commentaar erbij sprak van ‘verwarring, manipulatie en falend beleid.’ Daarop reageerde een volgend redactioneel commentaar met ‘Het is meer dan gewoon een kwestie van verwarring, manipulatie en falend beleid. Het is een misdaad.’ Dat laatste mag juist zijn voor ons rechtsgevoel, maar in juridische zin klopt het niet. Nederlandse Kamerleden spraken daar onlangs nog vergeefs hun verontrusting over uit, toen staatssecretaris Bussemaker van VWS (PvdA) en minister Hirsch Ballin van Justitie (CDA) een meldingsplicht nodig noch mogelijk achtten. Het vervolg van het verhaal over GlaxoSmithKline en Seroxat voor jongeren, illustreert hoezeer daardoor de verplichting tot testen van geneesmiddelen een wassen neus is.
In oktober 2002 zond de BBC een programma uit getiteld Secrets of Seroxat. Terwijl sommige gebruikers vertelden baat te hebben bij het middel, rapporteerden velen over bijwerkingen, waaronder totaal onverwachte agressie en suïcidaliteit. Ook grote ellende bij stoppen met het gebruik komt veelvuldig voor. Kijkers overstelpten de BBC daarop met telefoontjes en e-mails, die vaak de klachten bevestigden. In een tweede uitzending waren de verhalen zo mogelijk nog schrijnender. De uitgenodigde vertegenwoordiger van GlaxoSmithKline zei echter dat dergelijke ‘anekdotische evidentie’ van weinig waarde is en beriep zich op uitkomsten van geneesmiddelentests. Een derde uitzending, over het memo van GlaxoSmithKline en wat ermee gebeurde, ontlokte een verzuchting aan Fiona Godlee, de hoofdredacteur van het British Medical Journal. Godlee schreef dat het hele verhaal ‘depressingly familiar’ is en voegde cynisch toe dat er niet snel iets zou gebeuren, want ‘the powerful industry lobby will make sure of that.’
De consequenties, of liever het gebrek daaraan, van het uitgelekte memo voor GlaxoSmithKline vormen de achtergrond van die uitspraak. De MHRA, het Britse equivalent van het Nederlandse College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG), startte een onderzoek naar de affaire.
Na bijna vijf jaar studie van een miljoen documenten kwam de uitslag. President-directeur Kent Woods van de MHRA schreef op 6 maart 2008 een brief aan president-directeur Jean-Pierre Garnier van GlaxoSmithKline. Hij deelde mee dat volgens de Britse landsadvocaten strafrechtelijke vervolging van het bedrijf niet mogelijk was. Moreel gezien had het bedrijf weliswaar een misdaad begaan, maar justitie kon daar verder niets aan doen. Woods voegde toe dat hij op een wetswijziging zou aandringen bij de Britse overheid. In een persbericht van de MHRA meldde hij hetzelfde. Daarin stond ook dat er een verhoogd zelfmoordrisico is bij Seroxatgebruik door beneden achttienjarigen, dat het middel bovendien bij hen niet effectief is en dat GlaxoSmithKline dit al langer wist, maar had achtergehouden.
We zijn nu ruim een jaar verder. Een juist verschenen artikel in het Journal of Medical Ethics neemt de hele affaire nog eens in ogenschouw. De sociologe Linsey McGoey, die er eerder op promoveerde, legt samen met de juriste Emily Jackson uit waarom GlaxoSmithKline niet te vervolgen was. Melding van bijwerkingen was alleen wettelijk verplicht als ze optreden ‘bij normaal gebruik’. Daar hadden de advocaten van GlaxoSmithKline zich bij de verdediging op kunnen beroepen, want het ging immers om ‘off label’ gebruik. Ook ging het om gebruik tijdens experimenten en daarvoor gold alleen een meldingsplicht van problemen als ze binnen het Verenigd Koninkrijk zelf werden uitgevoerd. McGoey en Jackson wijzen erop dat de MHRA dit ook had kunnen weten, zonder vijf jaar lang een miljoen documenten te bestuderen. Vervolgens komen ze met nog een ander idee. Ze signaleren dat een rechtszaak evengoed niet in het belang was van de MHRA.
De advocaten van GlaxoSmithKline zouden de bal zeker hebben teruggespeeld en op hun beurt documenten, notities en e-mails van de MHRA hebben doorgespit. De spraakmakende zaak zou aldus de onmacht van de MHRA hebben blootgelegd om goed te controleren. In feite is deze instantie partij in het geheel, stellen McGoey en Jackson. Met het jarenlange onderzoek kon zij haar reputatie van waakhond redden, maar eigenlijk had een derde partij dat moeten uitvoeren. Ze bespreken ook dat de Europese registratie-autoriteiten onder moeilijke omstandigheden werken. Uit behoefte aan deregulering bij de industrie is inmiddels namelijk wél wettelijk vastgelegd dat een registratie in de ene lidstaat van de EU automatisch een licentie inhoudt in de andere. Dat levert verminderde controle op gemaakte fouten, maar het heeft nog een effect. De inkomsten van de meeste registratie-autoriteiten komen van de licentie-aanvragen van de farmaceutische bedrijven. Dat geldt ook voor het Nederlandse CBG.
Zo leidde de deregulering er toe dat zelfs geneesmiddelenautoriteiten elkaars concurrenten werden bij het binnenhalen van opdrachten van de industrie.
Zonder de mogelijkheid tot strafrechtelijke vervolging bij het verhullen van onderzoeksgegevens, merken McGoey en Jackson terecht op, stelt ‘evidence-based medicine’ niets voor. Een belangrijke stap in de goede richting is dat er registers zijn geopend op internet, waar onderzoekers de start en de resultaten van een geneesmiddelentest kunnen melden. Als ze dat doen, kunnen tests in elk geval niet meer mysterieus verdwijnen. Maar dat wil nog lang niet zeggen dat alles nu goed is geregeld.
Het onafhankelijk gefinancierde onderzoek neemt steeds verder af. Zogeheten ‘commercial research organisations’ (CRO’s) zijn uitgegroeid tot geglobaliseerde beursgenoteerde miljoenenbedrijven, niet anders dan de farmaceutische bedrijven waarvoor ze werken. Naar een schatting uit 2003 deden zij toen al 64 procent van de tests, terwijl ook academische onderzoekers steeds meer voor de farmaceutische industrie zijn gaan werken. Deze onderzoekers zijn dus voor hun inkomsten afhankelijk van degenen die ze zouden moeten controleren. Slogans van CRO’s zoals ‘Helping to bring miracles to market sooner’ en ‘Supporting the successful outcomes of clinical investigations’ drukken uit dat ze hun opdrachtgevers vooral willen helpen. Het is niet alleen overbekend dat de commerciële onderzoeksbedrijven stelselmatig met gunstiger uitslagen komen dan onafhankelijk gefinancierd onderzoek, maar ook dat hun artikelen het meest in andere artikelen worden aangehaald. Zo ontstaat stapeling van hun impact. “Medische tijdschriften zijn een verlengstuk geworden van de marketingafdeling van de farmaceutische industrie”, zei de vorige hoofdredacteur van het British Medical Journal in 2005 dan ook. En zijn opvolgster Godlee wreef het er onlangs nog eens in: “Er is overweldigend veel bewijs dat betaling door de industrie de opzet en verslaggeving van geneesmiddelenonderzoek vertekent”. Ook de analyse van McGoey en Jackson maakt duidelijk dat er méér maatregelen nodig zijn dan alleen een meldingsplicht op straffe van criminele vervolging.
De kwestie kwam onlangs aan de orde in de Tweede Kamer, bij een schriftelijke behandeling van de Wet op het medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen, die geëvalueerd en bijgesteld moet worden. Vooral de SP en de PvdA uitten zich er ongerust over dat de wet geen meldingsverplichting voor onderzoeksresultaten formuleert. Staatssecretaris Bussemaker en minister Hirsch Ballin antwoordden begin januari echter dat vrijwillige melding de voorkeur verdient. Daarvoor gaven zij drie argumenten. Ten eerste gaan ze ervan uit dat vrijwilligheid ‘een groter draagvlak creëert dan wettelijke verplichting’. Het tweede argument is dat we nu eenmaal in tijden van deregulering leven. En het derde is dat Nederland niet strenger kan zijn dan de EU, op straffe van niet meer mee mogen doen met ‘multicenter’ tests die zich in verschillende landen tegelijk voltrekken.
De nota stelt verder dat tot op heden de vrijwillige meldingen van de bedrijven flink achterblijven bij die van andere onderzoeksinstellingen. De belangrijkste verklaring is dat melding een kijkje in de keuken biedt voor concurrerende bedrijven, die zelf melding achterwege laten. Verplichte melding zou dat probleem opheffen, zoals de nota ook meldt, maar daar zijn dus de genoemde bezwaren tegen.
Alsof die bezwaren steekhoudend zijn. Dat we niet kunnen vertrouwen op het moreel vermogen van de industrie, constateerde de president-directeur van de MHRA met zoveel woorden. De belangrijke medische tijdschriften tonen al vele jaren hetzelfde aan met veel bewijsmateriaal. Er staat voor de bedrijven eenvoudig te veel op het spel als de uitslagen binnen zijn voor een medicijn. Ze hebben er tonnen in geïnvesteerd en hopen er nog meer tonnen mee te gaan verdienen. Men moet het de kat niet aandoen hem op het spek te binden. We leven bovendien bepaald niet in tijden van deregulering als het om de vrijheid van individuele burgers gaat. De wettelijke mogelijkheid van dwangbehandeling met psychofarmaca wordt bijvoorbeeld uitgebreid. ‘Tijden van deregulering’ kan ook nooit een argument zijn om noodzakelijke regels achterwege te laten.
Dat Nederland niet meer mee zou kunnen doen aan ‘multicenter’ tests (en sowieso zou worden gemeden door commerciële onderzoeksbedrijven) is vooral schadelijk voor de positie van het onderzoeksbedrijfsleven op de clinical trial markt zoals het heet in het jargon. Het zou immoreel zijn om te profiteren van in het buitenland uitgevoerde tests. Maar in feite doen we dat al, want het meeste geneesmiddelenonderzoek vindt plaats in arme landen. Het mijden van Nederland is dus alleen maar meer reden om de meldingsplicht vast in te voeren en om het hardst te bepleiten bij de EU. Daarnaast zijn extra maatregelen nodig.

De VS zijn met de meldingsplicht van onderzoeksresultaten een flinke stap verdergegaan dan de EU. Onder de FDA Amendment Act 801 zijn de bedrijven vanaf september 2008 verplicht om hun onderzoeksuitkomsten publiek te maken. En vanaf januari 2009 geldt dat eveneens voor gegevens met betrekking tot veiligheid. GlaxoSmithKline kocht in de VS vervolging af voor het achterhouden van negatieve gegevens over Seroxat/Paxil, blijkend uit weer andere verborgen gegevens. Dat is het bedrijf op hoge bedragen komen te staan. Concurrent Lilly betaalde in januari 2009 de hoogste afkoopsom ooit (1,415 miljard dollar, ruim 1 miljard euro) nadat klokkenluiders uit het bedrijf een zaak naar buiten hadden gebracht. Lilly heeft zijn antipsychoticum Zyprexa jarenlang intensief gepromoot voor off-labelbehandeling van bejaarden tegen dementie, depressie, slapeloosheid en wat dies meer zij, in de wetenschap bovendien van diabetes als bijwerking van dit zware medicijn.
De verenigde redacteuren van de gezaghebbende PloS medische tijdschriften plaatsten in juli 2008 een instemmende reactie op de FDA Amendment Act 801. Onder de kop Next Stop voegden ze echter meteen een paar fikse waarschuwingen toe. Openbaar gemaakte resultaten kunnen nog steeds frauduleus tot stand zijn gekomen, zonder dat dit goed te controleren valt. Sterker nog: als er al te weinig onafhankelijk geld is voor het uitvoeren van de tests, wie zijn dan degenen die de openbaar gemaakte resultaten gaan analyseren en adverteren? Zullen deze uitkomsten niet worden misbruikt voor nog meer ongerechtvaardigde reclame? De openbare registers maken het des te meer noodzakelijk dat er onderzoekers zijn, die voor hun inkomsten niet rechtstreeks afhankelijk zijn van de farmaceutische industrie.

Geschreven doorbjaspers

24/02/2009 op 12:35 PM

Uit het FD d.d. 6-okt-08: “Marktwerking in zorg mag niet ten koste gaan van medicatieveiligheid”

laat een bericht achter »

Ton de Boer, Marcel Bouvy, Henk Buurma en Toine Egberts

De politiek moet nu voor een goede, dekkende tariefstructuur voor apothekers zorgen

De hamvraag in de discussie over de veranderende rollen van apothekers en verzekeraars bij de inkoop van medicijnen (preferentiebeleid) is of de patiënt er beter van wordt.

Die patiënt heeft te maken met complex en chronisch medicijngebruik. Moderne, geavanceerde geneesmiddelen kunnen veel gezondheidswinst brengen. Maar als ze niet op de juiste wijze worden toegepast is de kans op een averechts effect niet te verwaarlozen. Een groot Nederlands onderzoek bevestigde vorig jaar de cijfers uit vele buitenlandse onderzoeken: één op de twintig ziekenhuisopnamen in Nederland is het gevolg van (verkeerd) voorschrijven of gebruik van geneesmiddelen. Jaarlijks zouden 16.000 van zulke opnamen vermijdbaar zijn.

Om schade door geneesmiddelen te vermijden is zorgvuldige samenwerking tussen patiënt, arts en apotheker nodig. In de huidige spiraal van emotie en machtsstrijd schuilt het gevaar dat zorgvuldig opgebouwde samenwerkingsverbanden in het slop raken.

Apothekers hebben altijd vooropgelopen om de risico’s die medicijngebruik met zich meebrengt te beperken. Een geavanceerd medicatiebewakingssysteem dat de afgelopen decennia is ontwikkeld heeft zijn nut inmiddels bewezen. De samenwerking met artsen (onder andere in het zogenaamde farmacotherapeutisch overleg), gericht op rationeel en doelmatig voorschrijven, wordt gewaardeerd en oogst in het buitenland bewondering.

Nederland behoort mede daardoor zowel in volume als in kosten van het geneesmiddelengebruik tot de zuinigste landen in West-Europa. En dit terwijl in tegenstelling tot veel andere landen bijna alle geneesmiddelen in Nederland volledig vergoed worden en de toegankelijkheid van de zorg gewaarborgd blijft.

Apothekers werken bovendien samen met voorschrijvers aan allerlei zorgvernieuwingen, zoals betere voorlichting over geneesmiddelen, betrokkenheid bij de controle op herhaalrecepten en periodieke evaluaties van geneesmiddelengebruik bij kwetsbare ouderen die meerdere medicijnen gebruiken.

Ironisch genoeg waren het de bonussen en kortingen die dit soort zorgverlening door apothekers lange tijd mogelijk maakten. Inkomsten waartoe apothekers door het beleid van de toenmalige staatssecretaris Simons gestimuleerd werden in het kader van marktwerking in de zorg. Door de recente prijsverlagingen van merkloze geneesmiddelen is een belangrijk deel van deze inkomsten nu verdwenen.

De nieuwe situatie biedt echter ook kansen: apothekers kunnen nu echt gehonoreerd worden voor de zórg die zij verlenen. Er moet daarbij gezocht worden naar een bekostiging waarin de verlening van zorg veel meer tot uiting komt. Naast de inspanningen rond het zorgvuldig afleveren van recepten, moet in zo’n tarief worden versleuteld dat apothekers zorg verlenen die níét receptgebonden is, zoals een periodieke evaluatie van geneesmiddelengebruik bij kwetsbare ouderen die veel medicijnen gebruiken, het organiseren van farmacotherapieoverleg met artsen en het letten op de risico’s van overbehandeling of juist onderbehandeling bij patiënten met een chronische ziekte.

Ook bij opname of ontslag uit het ziekenhuis kan de apotheker een rol vervullen bij het in goede banen leiden van medicijngebruik. Deze activiteiten zijn allemaal gekomen naast de traditionele taken van het bereiden en beschikbaar stellen van kwalitatief goede geneesmiddelen, het letten op de combinatie met andere medicatie en de ziektegeschiedenis van de patiënt, en de zorg voor de informatieverstrekking over geneesmiddelen.

De discussie over medicatieveiligheid, die recent nog met zo veel passie werd gevoerd, moet nu vooral niet vergeten worden. De bonussen en kortingen die niet meer bij de apothekers terechtkomen, moeten gebruikt worden om deze verder te vergroten.

Zorgactiviteiten zoals hierboven genoemd zouden gewoon vergoed moeten worden. Het is hoog tijd dat de politiek serieus aan de slag gaat met een goede, dekkende tariefstructuur. Een die past bij het profiel van de apotheker als zorgverlener anno 2008. De wettelijke basis (WGBO) is er inmiddels. En de apotheker bezit, met een vernieuwde opleiding en een verdere professionalisering van de vervolgopleiding, de kwaliteiten om deze nieuwe rol waar te maken. De apothekers zijn er klaar voor.

Prof. dr. Ton de Boer is arts en hoofd departement farmaceutische wetenschappen Universiteit Utrecht. Dr. Marcel Bouvy en dr. Henk Buurma zijn apotheker en werken bij SIR Institute for Pharmacy Practice and Policy. Prof. dr. Toine Egberts is ziekenhuisapotheker.

Geschreven doorbjaspers

24/02/2009 op 12:29 PM

Geplaatst in Opinie, Politiek, Uncategorized

Getagged met

Marktwerking in de zorg. Kwaliteit is een gelukkige klant.

laat een bericht achter »

Naar aanleiding van ingezonden artikel in Financieel Dagblad “Marktwerking in zorg mag niet ten koste gaan van medicatieveiligheid” d.d. 6-okt-08 een overweging:

Wat jammer dat de ook deze heren, na al die jaren van vette bonussen en inkoopkortingen, niet verder komen dan een pleidooi voor een “continuering van de discussie over medicatieveiligheid”, welke “gefinancierd zou moeten worden door een dekkende tariefstructuur”. En daarbij leggen de auteurs nota bene ook nog eens de bal bij “de politiek”, in plaats van actief zelf eens de hand aan de ploeg te slaan en voor de (gecumuleerde) riante beloningen van de afgelopen decennia zich oprecht en direct in te spannen voor de patiënt, in plaats van de maximalisatie van de winst in de apotheek-BV. Het destijds verkregen medisch-wetenschappelijk brevet blijkt hier wederom, met alle respect, geen verzekering van economisch inzicht te zijn.

80% Van de markt is herhaalmedicatie. De heren zouden zich eens kunnen afvragen wat de <client acquisition cost> zijn in een semi-markt zoals de energiemarkt (met beperkte overheidsregulering), laat staan in een echte markt (met vrije prijsvorming en product- dienstenaanbod). Het verwijzen naar Hans Simons’ bestuursperiode (1989 – 1994) doet vermoeden dat de auteurs ook na al die jaren zijn blijven hangen in de planeconomische zorgsystematiek van na de tweede wereldoorlog.

Maar wat heerlijk dat ook de “kansen van de nieuwe situatie” worden onderkend! De overgrote meerderheid van de apothekers bereidt al jaren geen medicijnen meer; de term “magistrale bereiding” komt niet eens meer voor in het SFK-rapport over 2008 (nog wel in 2007 als handeling waarvoor extra vergoeding werd bepleit).

Termen als “medicatieveiligheid”, “in goede banen leiden van medicijngebruik”, “polyfarma-trajecten”, “ziektegeschiedenis”, “zorg voor informatieverstrekking” kunnen al jaren bijzonder eenvoudig uitgevoerd worden door de juiste toepassing van informatietechnologie in de apotheek. Het AIS (Apotheek Informatie Systeem) kan al prima communiceren met het HIS (Huisarts Informatie Systeem). Internet distribueert informatie onafhankelijk van welk databasesysteem er gebruikt wordt. Google Health wordt er klaar voor gemaakt, maar wij ruziën in Nederland al jaren door over het invoeren van een EPD, EMD en zelfs EKD. Hoeveel dossiers wilt u hebben? Maar het delen van medicatie-informatie van “mijn klant” met een apotheker 3 dorpen verderop is niet mogelijk in verband met “systeemproblemen” of “de privacy van de patiënt” om maar een paar veel gehoorde argumenten te noemen. De huisartsenpost in het weekend (bemand door goedwillende, hardwerkende zorgprofessionals) vraagt gewoon per telefoon aan een patiënt of “er nog andere medicijnen worden gebruikt”. “Nee? Dan faxen (!!) we het (handgeschreven) recept nu naar de Centraalapotheek”. Hallo daar, het is bijna 2009!

Tientallen (zoniet honderden) jonge, net afgestudeerde apothekers, zijn de afgelopen jaren, behangen met enorme bankleningen om de goodwill van de vertrekkende apotheker te kunnen betalen, apotheker-ondernemer geworden in de veronderstelling net als hun voorgangers eurotonnen per jaar aan inkoopkortingen en bonussen te toucheren. En bedankt voorgangers. Het preferentiebeleid gaat hier pas écht een financiële crisis veroorzaken. Nu de zorgverzekeraars sinds deze zomer het preferentiebeleid daadwerkelijk zijn gaan uitvoeren, rest de apothekers van dit land schijnbaar niets anders dan angstzaaiende publiekscampagnes en eigen-parochie-ingezonden-brieven in nieuwsbladen.

Waarom zou het het farmacotherapieoverleg (FTO) in Den Haag anders zijn dan in Groningen, dan in Maastricht? Waarom is het formularium (ergo: welk medicijn schrijft een arts voor bij welke indicaties) in Nijmegen anders dan in Amsterdam? Is bijvoorbeeld een Indonesiër met diabetes in Den Haag, echt anders dan in Amsterdam, of Apeldoorn? Waarom is het formularium überhaupt anders per stad / regio?  Waarom bestaan er nog steeds AHOED-constructies, terwijl die bij wet verboden zijn? Waarom zijn er nog steeds 10 medicijndoden per dag? Dat zijn er ruim 3.500 per jaar! Medicijnveiligheid? Polyfarma? “16.000 vermijdbare ziekenhuisopnames”? Te vermijden door wie? Waarom zo vertragend werken?

Als 80% van de markt toch bestaat uit herhaalmedicatie (lees: gedwongen-terugkerende klanten), waarom dát dan juist niet aan de TNT‘s van deze wereld uitbesteden? Herhaalmedicatie is niets anders dan logistiek+. Met een paar apothekers in dienst blijven ze in ieder geval binnen de wettelijke kaders. Niet voor niets dat de huisartsen (die op hun beurt weer 80% van de herhaalmedicatie voorschrijven) suggereren om de verstrekking van die medicatie dan maar zelf te doen. De 20% die dan nog overblijft is spoed-medicatie, urgent. En waar gaan Nederlanders naar toe als ze met spoed medisch geholpen moeten worden? Het ziekenhuis. Behoudens een enkele stip op de kaart, die mogelijk wegens mismanagement of onderlinge professionele, maatschap-interne, financiële kift verdwijnt, zijn er ruim voldoende fysieke locaties voor acute medische zorgverlening. En als u wilt weten welk ziekenhuis het beste presteert koopt u net zoals alle andere Nederlanders de Elsevier, waarin dat haarfijn en onderbouwd, uit de doeken wordt gedaan. Dat zou een mooi onderzoek zijn voor apothekers en farmaceuten.

Hoera voor de ziekenhuis-apotheker! De slimme apotheker, kiest beter! De apotheker van de toekomst kiest niet voor AHOED, maar ZAOED;  voor een ziekenhuislokatie. En snel ook. Er zijn ruim 1800 apotheken in Nederland. Degene die daarvan het aantal ziekenhuizen aftrekt en het resultaat van deze eenvoudige som deelt door 10 (aankomende) jaren, kan de koude sanering van het aantal apotheken becijferen.

En vanaf nu anders.

Waarom zo defensief? Waarom niet open zijn? Kijken waar je toegevoegde waarde kunt leveren. ‘s Nachts vanzelfsprekend een hoger dienstentarief dan overdag op een werkdag? 1e medicijnuitgiften beter beloond dan herhaalrecepten. Waarom geen continue fase-4 panelonderzoek onder 250.000 consumenten? Kennis is macht, kijk naar Google (Health)! Waarom geen primaire gebruikersdata over gebruik en voorkeuren verzamelen en daarmee medicatie beter afstemmen op consumenten op basis van sexe, leeftijd, BMI, ras, ICPC-code of wat al niet meer van invloed is? Open source software is er al. Waarom geen open source medicine? En verdienen op de juiste toepassing van medicatie! Waarom herhaalmedicatie niet door TPG standaard thuis of op het werk bezorgen? Waarom niet? Wat gebeurt er als je grote hoeveelheden <health data> aan de community geeft… De toekomst (ook van medicine) is niet (alleen) meer die van dure en trage labs, maar van data! Ook Wired magazine is leuk om te lezen in dat kader. Data is grondstof, informatie het product en toepassing van <personalized medicine> de dienst.

Er is een uitweg! Word open. Verschuil u niet achter pseudo-argumenten van medicatieveiligheid die door het indrukken van de escape-knop in het AIS door een middelbaar opgeleide apothekersassistente (onder uw universitaire achteraf-supervisie: Als [ATC-code voorkant receptblaadje] = [ATC-code sticker uitgeleverd medicijn achterkant receptblaadje] dan zet [paraaf]) voor kennisgeving wordt aangenomen. Word open. Laat aan uw klanten (zorgconsumenten) zien dat u van ze houdt! Niet van hun geld, maar van hun gezondheid en welzijn!

Zorg dat ze (middels nauw overleg via het FTO) minder of minder dure medicatie gaan gebruiken met verbetering van gezondheidsresultaat en alle verzekeraars gaan van u houden! En uw klanten ook! Spreek met de verzekeraars en de (huis-)artsen af dat u minder omzet maakt, maar mogelijk wel meer winst! Dan zal niemand vallen over uw Vpb-aangifte of uw salaris want de door u gerealiseerde maatschappelijke winst is conform uw apothekerseed bereikt (of zo u wilt de eed van Hippocrates) en is tevens vele malen groter dan uw winst of salaris. Ik trakteer de eerste apotheker die (na aanmelding aub) in 2009 meer winst maakt met minder omzet en gezondere klanten heeft, op een super-training naar een prachtig oord. Dit alles heeft maar een doel: een gelukkige klant! Uw klant komt nu alleen omdat uw winkel dichtbij de supermarkt is gevestigd.  Een gelukkige klant komt graag en vrijwillig terug bij u! Omfietsen geen probleem.

Het kan!

Geschreven doorbjaspers

24/02/2009 op 12:28 PM

Geplaatst in IT, Open Source, Opinie, Politiek

Getagged met , ,

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.