Archive for the ‘Uncategorized’ Category
functionele bekostiging = lumpsum healthcare?
23-jun-09 mocht ik bijzitten bij een farmadebat in Huizen. Mooie zaal, goed georganiseerd door Gerhard Bruggink die hele series van die bijeenkomsten rondom farmacie organiseert. Het thema vandaag was ‘Functionele aanspraak farmacie: een veelkoppig monster?’. [Functionele aanspraak] (FA) staat tegenover het begrip van [functionele bekostiging] (FB). Dat laatste is een nieuwe vorm van keten-dbc’s (die nog gemaakt moeten worden) met als doel de keten van (sequentiële of parallelle) zorgdiensten en -producten onder te brengen in een pakketje, dat aangeboden gaat worden door (nog op te richten) rechtspersonen met als doel een overzichtelijker zorglandschap. Een ziekte = een oplossing = een prijs.

Laat me wat overwegingen met u delen:
* we hebben in dit land dbc’s bedacht, een mooie lijst van coderingen die staan voor zorgdiensten. Op basis van een [dbc] mag een [zorgaanbieder] een bepaalde [prijs] voor een [dienst] declareren bij een [zorgverzekeraar]. In het geval van de functionele bekostiging (FB) zullen er [keten-dbc's] (kdc) ontwikkeld moeten worden. U heeft Diabetes, even checken…. ja dat is kdc#145a… is Eur 1823 per jaar (fictief bedrag) voor alle [standaard zorg]. Standaard?
* De standaard. Dat is “goede zorg”. Wat is “goed”? Uuhm… nou ja dat je doorleeft en zelf goed let op je eet-, beweegpatroon? Want dat is wel je eigen verantwoordelijkheid! En natuurlijk moet de zorg geleverd worden conform de Diabetes-zorgstandaard (heel mooi consumer-driven initiatief overigens).
* De functionele bekostiging kent een antagonist: de [functionele aanspraak]. Dat houdt zoveel in als, als ik het als consument echt nodig heb (en dat vind mijn arts ook – want die kent daaraan het labeltje “medische noodzaak” toe) dan heb ik er gewoon recht op, en krijg ik het betaald ook. De CG-Raad vond gisteren dat er “nog wel wat licht zat tussen de definitie van functionele bekostiging en aanspraak”, en dus moet daarover alvast doorgepraat worden. Laat het nou net de bedoeling zijn om daar wat licht tussen te laten schijnen. Dat licht noemt men ook wel “eigen verantwoordelijkheid”. Maar ja, hoe meet je die nou weer op [outcome]? Want we moeten niet meten op [input] (wat heb je geconsumeerd en wat kost dat allemaal), maar op [outcome]. En wat kan ik er als consument nou aan doen, als ik ziek word? Sterker nog, wat kan mijn ZV er aan doen, dat ik er een verkeerde leefstijl op na hou?
* De FB wordt straks, zo is het plan, geleverd door zogenaamde zorggroepen (ZG). Dat zijn in een B.V., N.V., stichting of anderszins gegoten maatschap (in ieder geval een juridische entiteit bij de KvK geregistreerd) van samenwerkende, anders zelfstandige (met hun eigen B.V. of eenmanszaak) zorgaanbieders. Bijvoorbeeld hier (opsomming kort gehouden omwille van duidelijkheid): huisarts, fysiotherapeut, internist, en wellicht straks ook de apotheker. Deze ZG’s worden de onderhandelingspartner voor de zorgverzekeraars (ZV).
* De partners / aandeelhouders / zorgaanbieders in de ZG gaan intern onderhandelen over hun omzet-aandeel. “Als jij nou twee keer per jaar een telefonisch consult doet i.p.v. een fysiek huisbezoek is dat …. dan lever ik wel de generieke medicijnen uit… en doen we een abo’tje van maximaal 3 keer op de fysio”. “Uh.. nou nee, want ik doe nu gemiddeld al 4 consulten per diabeet per jaar?!”.”Ok, dan doe jij 2 fysieke consulten, en 2 telefonische”. “… ok, dat is dan Eur 845 / jaar, + admin.kosten + huisvesting + personeel = 1867 euro’ ! Sh… Nog een keer. “Ja maar jongens, wacht eens even – ik stuur dan 14% van de klanten gewoon door naar het ziekenhuis, wegens medische noodzaak! ” Aah, goed idee! – ok, dan pakken we toch nog Eur 135 per klant”. Keer 3400 koppen … ja, dat is wel mooi toch? ”ja, maar dan wil ik wel een kick back vanuit jullie maatschap in 2011. Geïndexeerd!”
* De ZV schrijft voor het gebied Amsterdam een tender uit voor “goede diabeteszorg”. Er zijn 12 ZG’s die inschrijven en die gaan allemaal akkoord met het laagst onderhandelde tarief van Eur 1795 per jaar voor “goede diabeteszorg”.
* Gedurende het jaar blijkt dat de zorgconsument-met-diabetes-die-verzekerd-is-bij-de-ZV en dus bij een van de beste ZG’s-van Amsterdam is ingedeeld niet helemaal lekker te reageren op zijn medicatie, wat last krijgt van zijn voeten… Een nieuwe kwartaal-voorraad medicijnen is net uitgeleverd – maar de huisarts schrijft toch een ander medicijn voor, want hij heeft toch de eed van Hippocrates afgelegd en wil de beste zorg bieden aan zijn klant. Budgetoverschrijding… De fysio wordt terug-geroepen… nog minder besteedbaar budget in de ZG! Help! Is dat ondernemersrisico voor de ZG-B.V.? Of gaat de rekening wegens “medische noodzaak” toch naar de ZV toe?
We hebben in dit land honderden systemen om zorg te standaardiseren, homogeniseren, extraheren, abstraheren en te specialiseren. Het wordt er allemaal niet overzichtelijker op. Standaarden en richtlijnen worden gemaakt om er later weer van af te wijken. Discussies over de suprematie van het ene of het andere systeem zijn aan de orde van de dag. We hebben al: dbc’s, het vereveningssysteem voor de ZV’s. We hebben de AWBZ, de ZW, CQ-index, benchmark-systemen, CAK-index, IB-aftrekposten bijzondere zorgkosten, claw backs etc.etc. Nu nog eentje er bij?! Och arme de ZV’s die dit straks allemaal weer moeten inpassen in hun automatiseringssystemen. Hieperdepiep hoera voor de automatiseerders die er weer wat tegenaan mogen programmeren. Als de FB gepareerd gaat worden door de FA, met een klein beetje licht ertussen, is het dan allemaal wel de moeite waard? Henk Eleveld, adviserend apotheker van Menzis en panellid gisteren, pleitte terecht, voor meer aandacht voor preventie, ziet toewijzingsproblemen bij co-morbiditeit (moet ik dan naar 3 verschillende ZG’s?) en vreest de administratieve last die de FB met zich meebrengt. En ook de snelheid waarmee alles opgetuigd moet worden!
———–
De economie is een sociale wetenschap. Een veel gebruikte modus om tot een voor de consument passend (medisch-) economisch optimum te komen is prijs en kwaliteit. Beide onderdelen in deze alledaagse afweging worden de consument structureel onthouden in de zorg-economie. Hij (de consument die direct en indirect toch de premies betaalt) weet niet wat iets kost, en hij kan nergens toegankelijk (website) zien wat andere (soortgelijke) zorgconsumenten nou precies vinden van de zorgaanbieder (arts, ziekenhuis, ZG etc.) of het zorgproduct (medicijnen, hulpmiddelen etc.). “Quality is a happy customer”, hing vroeger aan de magazijnmuren van mijn oude bedrijf. Want een gelukkige klant komt terug, en dat is precies wat een ondernemer wil. Maar een (chronische) ZORGconsument “die komt toch wel terug”. So, who cares?
De functionele bekostiging komt naast ! de normale zorgconsumptie-vergoedingen-systematiek te staan. Dus het draagt wel bij aan de keuzevrijheid van de consument, maar of die daar nou gebruik van gaat maken (opgesloten in een ZG), als hij ook vrij mag kiezen? De kosten in de zorg zullen de komende jaren schrikbarend stijgen. Die volumegroei wordt veroorzaakt door de vergrijzing en door duurdere behandelingen. Ergens zal de wal het schip keren, ergens zal de overheid niet alles meer kunnen betalen. Dat betekent dat het basispakket vanzelf gaat verschralen en meer zorg naar de aanvullende verzekeringspakketten zal gaan. Dat brengt een belangrijk deel van de kosten direct bij of de werknemer of zijn werkgever. En laat die werkgever nou prima kunnen onderhandelen over prijs en kwaliteit! Maar als de kosten voor zorg gewoon doorstijgen, zullen die kosten ook door de werkgever terugverdiend moeten worden > en dat maakt de Nederlandse producten weer duurder ten opzichte van de internationale competitie. Zo was in 2002 een GM-auto USD1350 duurder dan een Toyota-auto. De rest van het verhaal kent u.
Het wordt tijd voor een andere systematiek voor de ZV en overheid: maak van uw klant uw inkoper! Informeer hem transparant, online over wie de beste tandarts voor tweevlaksvullingen is in Maastricht en 5 kilometer daarbuiten, <ge-rate> door diezelfde consumenten in combinatie met prijs-, wachttijd-, pijnbestrijdings-, CQ en andere indicatoren! Maak van uw klant uw inkoper! En beloon hem voor het vinden van de beste kwaliteit met een lagere premie of een bonus of iets anders. Dan heeft u echt consumer-driven healthcare En uw klant wordt blij. En dat is pas echte winst, want een blije klant…
Een zwarte lijst? Eerst de Black box open!
In reactie op de blogentry van Joep Schrijvers de volgende overweging:
===========
Geachte heer Schrijvers,
Chapeau! Wanneer beginnen we? Maar… in plaats van alleen de slechterikken op een lijst te zetten, zou het zo interessant zijn voor de zorgconsumenten zelf, om ook een lijstje online te kunnen raadplegen met inhoudelijke informatie over GOEDE zorgproducenten (o.m. artsen, fysiotherapeuten en ziekenhuizen).

Als ‘het veld’ nu eens wat databases zou opengooien en geanonimiseerde data ter beschikking zou stellen aan de consument, dan maakt die zelf zijn eigen keuze voor een ziekenhuis of huisarts op basis van prijs en kwaliteit. Ja hoor, nog even en u publiceert ook een prijslijst op uw website – want het basispakket wordt begrijpelijkerwijs uitgekleed (de overheid kan het simpelweg niet meer financieren en dus gaat die rekening naar de private sector waar een paar jaar later de werkgevers en de werknemers op hun beurt gaan stoeien over wie dan de rekening gaat oppakken), en veel zorgdiensten en
-producten zullen via een hellend-vlak-debat in de 2e kamer de komenden jaren overgeheveld worden naar ‘aanvullende verzekeringspaketten’, en dat maakt dat er eindelijk een direct economisch motief komt te liggen bij een zorgconsument.
Juist dat economisch motief (kwaliteit van leverancier, product, dienst, prijs, rating op een lijstje, social recommendations a la Linkedin etc.etc.) zullen de consument van een mak zorg consumerend schaap dat zich overal heen laat sturen, vermaken tot een kritische zorgconsument.
Dus pas al de artsen, verzekeraars en overheid fatsoenlijk data ter beschikking stellen zodat die consument zelf !! kan bepalen wie goed en slecht is, zullen er Goede Lijstjes ontstaan. Maar zo lang zorgproducenten onder het valse voorwendsel van ‘privacy’ geen enkele bit aan data afstaan uit hun HIS, FIS, ZIS, AIS, xIS – zo lang zal er aan het hele stelsel niets veranderen dan een % erbij en een euro’tje eraf. Ik wil als consument best wel weten hoe het voorschrijfgedrag van mijn huisarts (ICPC-code & RVG-code) zich verhoudt tot het voorschrijfgedrag van alle andere huisartsen die medicijnen voorschrijven aan [man], [35-40 jaar], [aandoening=diabetes], [leefstijl=actief], [bmi=26]. Om maar een voorbeeld te noemen.
De komende jaren zal een ‘war for data’ ontstaan – want juist data is de grondstof voor informatie. En inderdaad ‘evidence based’ medicine is de enige juiste weg voorwaarts. Dus waarom dan niet een bak anonieme transactiedata aan de consument ter beschikking stellen zodat die zelf (geholpen door een website met een statistische accordering t.a.v., betrouwbaarheid en zekerheid van conclusies, gemiddelden en SD’s) ‘evidence’ kunnen vergaren?! Top. Technisch kunnen we het vanmiddag nog doen. Organisatorisch moeten we wachten op de eerste zorgproducenten (huisartsen, apothekers bijv.) die hun data ter beschikking willen stellen aan het publiek, en niet aan een of andere prof. in een achteraf-stichting-werkgroep-overlegorgaan dat 2 jaar na kalenderjaar een hoog abstract rapport voltypt en op een omgezaagde boom door het land heenstuurt naar een groep van intimi die enkel de managementsamenvatting lezen en dan overgaan tot de orde van de dag…
Maar goed, we hebben maar een huisarts nodig die mee wil werken – en dan maken we daar samen een beginnetje mee. Als u er eentje vindt (apotheker is ook goed) – laat het me snel weten!
Hoe een 13-jarig jochie – een team van biochemisten verslaat…
met een online game! Oftewel het begin van open source innovatie.

Het aantal echt nieuwe ontwikkelingen in de conventionele farmaceutische industrie loopt al jaren terug. Er zijn in wezen 3 soorten medicijnen:
A. specialité: medicijn met 1 fabrikant, die rondom het medicijn 1 en waarschijnlijk meerdere patenten heeft aangelegd om de miljarden aan R&D terug te kunnen verdienen. Deze fabrikant heeft na registratie in een land, het alleenrecht om het medicijn te verkopen tegen een zelf vastgestelde prijs, waarna de marktbewerkingsfase begint > het genereren van omzet en dus het (in-)direct beïnvloeden van voorschrijvers en (potentiële) gebruikers,
B. generiek: medicijn waarvan de patenttermijn is verstreken en dat dus door meerdere fabrikanten geproduceerd kan worden. Deze fabrikanten concurreren op productietechniek, inkoop grondstoffen, distributie, marketing etc. Deze categorie medicijnen is vanwege het Nederlandse preferentiebeleid onder prijsdruk komen te staan, doordat verzekeraars het wettelijk vastgelegde (en rechterlijk getoetste) recht op reversed auction hebben toegepast.
C. metoo: een medicijn dat gebaseerd is op een specialité-medicijn (het patent wordt na 2 jaar geopend en dus kan iedereen dan de samenstelling van het medicijn lezen), maar met net 2% ander bindmiddel of 3% andere werkzame stof. Geen R&D kosten maar wel een patent, en dus alleen verkooprecht in een land waar een registratie wordt verkregen. Dus dubbel geluk: lage inkoopkosten & hoge verkoopopbrengst.
Probleem: fabrikant C – rijdt A danig in de wielen, want die moet op prijs gaan concurreren om zijn medicijnen verkocht te krijgen, maakt zo minder winst en kan dus zijn R&D niet terugverdienen. Gevolg: minder en tragere innovatie.
Dan is er nog categorie D: medicijn xyz, dat in Spanje verkocht wordt voor (hypothetisch) Eur 50 per potje van 50 pillen, maar in Nederland (van dezelfde fabrikant, uit dezelfde fabriek) ineens Eur 110 moet kosten. Rara? Parallel-importbedrijven proberen op buitenlandse markten, deze medicijnen (stiekem, want als de fabrikant er achter komt, legt hij de betreffende groothandel droog) te kopen, zorgen dat de verpakking voldoet aan Nederlandse wetgeving (o.m. taal) en slijten deze medicijnen aan Nederlandse groothandels, die er dan net weer even 5% meer marge op kunnen pakken. We noemen deze medicijnen ook wel “parallel”.
Al met al is de conventionele farmaceutische industrie zelf behoorlijk ziek. De dames en heren in de board rooms, reageren net als vele managers in soortgelijke markten die aan het einde van hun product-levenscyclus zitten: kosten besparen (meer omzet maken is iets voor ondernemers). Dat betekent, “kostenvoordelen realiseren” door “synergievoordelen te creëren”. Eind 2007 had ik het al voorspeld (helaas typte ik toen nog geen blogs vol) maar de laatste maanden zijn de overnames inderdaad niet van de lucht: Pfizer neemt Wyeth over voor 68 mrd! Daar moeten een hoop pillen voor verkocht worden, want de beurskoers van Pfizer werkte niet heel erg mee om deze overname te betalen. Sanofi sluit een overname niet uit. “Merck to Buy Schering-Plough”, GlaxoSmithKline roert zich op overnamemarkt” etc. En dat allemaal in 4 maanden tijd.
Daar heeft niet alleen de industrie last van, maar ook de groothandel, zoals OPG, tegenwoordig heel hip “Mediq” omgedoopt. De beurskoers is er niet van onder de indruk (de koers komt van Eur 27 / aandeel). Een nieuwe naam en nieuwe winkelinrichting in alle Mediq-winkels is inderdaad iets van je een oud retailman als Marc van Gelder kunt verwachten. Helaas zal dat het tij niet meer weten te keren. Een pillenwinkel in een beschermde sector (met zeg 50 hardlopers) is toch wat anders dan een levensmiddelenwinkel met vele duizenden verschillende producten in een echte marktsituatie.. De koersen en winsten van farmabedrijven (zeker die van groothandel en apothekers) gaan de komende jaren omlaag! Dus put-opties kopen als u als net ingestapte jonge apotheker, nog iets van uw te dure investering in een door uw voorganger gloedvol geschetste toekomst, wilt afbetalen. Putopties, zijn een manier om de pijn te verzachten, niet de operationele winsten helaas. Een groothandel (en in steeds meer gevallen ook een retailer / apotheek) is iets van een ver verleden, toen er nog marktkolommen bestonden van fabrikant-exporteur-importeur-groothandel-retailer-eindgebruiker. Maar de consument van vandaag krijgt zijn producten <personalized> (Dell, Apple, Appstore, Levis) en is <on demand>. Ondertussen ontstaan er elders op de wereld op zijn zachts gezegd vervelende situaties, omdat de lokale bevolking niet aan (betaalbare) medicijnen kan geraken. Gaan farmaceuten slechts onder grote politieke en maatschappelijke druk akkoord met het tijdelijk opheffen van een patentrecht.
En ondertussen ontstaan er organisaties zoals OSDD (niet verwonderlijk) in India. Open Source Drug Development. Read my lips! Net zoals open source software, inmiddels het hele internet draagt, zo ontstaat er nu een open source hardware beweging, en die begint aan de wortels van vele sectoren te knagen. Mijn inschatting is dat dat een stuk sneller zal gaan dan de dames en heren boardmembers en hun bijbehorende investeerders daarop kunnen reageren (stel je voor dat je nog 68 mrd USD moet terugverdienen). De enige oplossing is de markt te vertragen met zo veel mogelijk patenten en rechtszaken daarover, wetgevers beïnvloeden, en paniek zaaien (de Mexicaanse griep is er nu een mooi voorbeeld van – dat door vele papegaai-journalisten wordt overgenomen zonder fatsoenlijk echte specialisten voor het voetlicht te zetten). En mocht er dan een leuk bio-tech farmaclubje bijna klaar zijn (als ze alleen al uitzicht hebben op een registratie in een zekere markt), gewoon overnemen en de pioniers met een flinke duit in het zakje bedanken voor hun noeste arbeid. Waarna, business as usual weer doorgaat. Of – zou moeten gaan?
Want de innovatie wordt open source. En dat betekent per definitie: geen patenten. Stel: ik maak (samen met vele anderen) een mooi medicijn, we testen de werkzaamheid daarvan gewoon op onze thuiscomputers (via internet verbonden), laten een fabrikant het medicijn maken (nieuwe variant ‘O’) en gaan daarna gewoon de standaard toelatingsprocedure in. Geheid dat er iemand is die die (dure) procedures zal betalen. En dan … moet de industrie, en haar gevolg naar een ander business model uitkijken. Tsja.

Deze maand staat in het Amerikaanse tech-magazine Wired, een heel aardig artikel over innovatie via <gaming>. Want eigenlijk is al dat laboratoriumwerk toch vooral heel veel empirisch werk. Sample nemen, mixen, testen, en kijken wat er gebeurt. Natuurlijk proces. Wachten. En weer opnieuw. Met Foldit bijvoorbeeld, kan dat ineens een stuk sneller, en nog beter op het laagst denkbare niveau van de medicijnontwikkeling: proteïnen! Want die dingen, dat zijn net puzzels, maar wel voor gevorderden. Met honderden miljarden combinatiemogelijkheden, is het echt wat anders een een doorsnee legpuzzel of <adventure game>. Helemaal leuk als een kind van 13, dat nou eenmaal lekker kan puzzelen, sneller en beter blijkt te zijn dan een team van wetenschappers.
Zo, nu weer fold.it tegen mijn zoon van 7 spelen.
Uit het FD d.d. 6-okt-08: “Marktwerking in zorg mag niet ten koste gaan van medicatieveiligheid”
Ton de Boer, Marcel Bouvy, Henk Buurma en Toine Egberts
De politiek moet nu voor een goede, dekkende tariefstructuur voor apothekers zorgen
De hamvraag in de discussie over de veranderende rollen van apothekers en verzekeraars bij de inkoop van medicijnen (preferentiebeleid) is of de patiënt er beter van wordt.
Die patiënt heeft te maken met complex en chronisch medicijngebruik. Moderne, geavanceerde geneesmiddelen kunnen veel gezondheidswinst brengen. Maar als ze niet op de juiste wijze worden toegepast is de kans op een averechts effect niet te verwaarlozen. Een groot Nederlands onderzoek bevestigde vorig jaar de cijfers uit vele buitenlandse onderzoeken: één op de twintig ziekenhuisopnamen in Nederland is het gevolg van (verkeerd) voorschrijven of gebruik van geneesmiddelen. Jaarlijks zouden 16.000 van zulke opnamen vermijdbaar zijn.
Om schade door geneesmiddelen te vermijden is zorgvuldige samenwerking tussen patiënt, arts en apotheker nodig. In de huidige spiraal van emotie en machtsstrijd schuilt het gevaar dat zorgvuldig opgebouwde samenwerkingsverbanden in het slop raken.
Apothekers hebben altijd vooropgelopen om de risico’s die medicijngebruik met zich meebrengt te beperken. Een geavanceerd medicatiebewakingssysteem dat de afgelopen decennia is ontwikkeld heeft zijn nut inmiddels bewezen. De samenwerking met artsen (onder andere in het zogenaamde farmacotherapeutisch overleg), gericht op rationeel en doelmatig voorschrijven, wordt gewaardeerd en oogst in het buitenland bewondering.
Nederland behoort mede daardoor zowel in volume als in kosten van het geneesmiddelengebruik tot de zuinigste landen in West-Europa. En dit terwijl in tegenstelling tot veel andere landen bijna alle geneesmiddelen in Nederland volledig vergoed worden en de toegankelijkheid van de zorg gewaarborgd blijft.
Apothekers werken bovendien samen met voorschrijvers aan allerlei zorgvernieuwingen, zoals betere voorlichting over geneesmiddelen, betrokkenheid bij de controle op herhaalrecepten en periodieke evaluaties van geneesmiddelengebruik bij kwetsbare ouderen die meerdere medicijnen gebruiken.
Ironisch genoeg waren het de bonussen en kortingen die dit soort zorgverlening door apothekers lange tijd mogelijk maakten. Inkomsten waartoe apothekers door het beleid van de toenmalige staatssecretaris Simons gestimuleerd werden in het kader van marktwerking in de zorg. Door de recente prijsverlagingen van merkloze geneesmiddelen is een belangrijk deel van deze inkomsten nu verdwenen.
De nieuwe situatie biedt echter ook kansen: apothekers kunnen nu echt gehonoreerd worden voor de zórg die zij verlenen. Er moet daarbij gezocht worden naar een bekostiging waarin de verlening van zorg veel meer tot uiting komt. Naast de inspanningen rond het zorgvuldig afleveren van recepten, moet in zo’n tarief worden versleuteld dat apothekers zorg verlenen die níét receptgebonden is, zoals een periodieke evaluatie van geneesmiddelengebruik bij kwetsbare ouderen die veel medicijnen gebruiken, het organiseren van farmacotherapieoverleg met artsen en het letten op de risico’s van overbehandeling of juist onderbehandeling bij patiënten met een chronische ziekte.
Ook bij opname of ontslag uit het ziekenhuis kan de apotheker een rol vervullen bij het in goede banen leiden van medicijngebruik. Deze activiteiten zijn allemaal gekomen naast de traditionele taken van het bereiden en beschikbaar stellen van kwalitatief goede geneesmiddelen, het letten op de combinatie met andere medicatie en de ziektegeschiedenis van de patiënt, en de zorg voor de informatieverstrekking over geneesmiddelen.
De discussie over medicatieveiligheid, die recent nog met zo veel passie werd gevoerd, moet nu vooral niet vergeten worden. De bonussen en kortingen die niet meer bij de apothekers terechtkomen, moeten gebruikt worden om deze verder te vergroten.
Zorgactiviteiten zoals hierboven genoemd zouden gewoon vergoed moeten worden. Het is hoog tijd dat de politiek serieus aan de slag gaat met een goede, dekkende tariefstructuur. Een die past bij het profiel van de apotheker als zorgverlener anno 2008. De wettelijke basis (WGBO) is er inmiddels. En de apotheker bezit, met een vernieuwde opleiding en een verdere professionalisering van de vervolgopleiding, de kwaliteiten om deze nieuwe rol waar te maken. De apothekers zijn er klaar voor.
Prof. dr. Ton de Boer is arts en hoofd departement farmaceutische wetenschappen Universiteit Utrecht. Dr. Marcel Bouvy en dr. Henk Buurma zijn apotheker en werken bij SIR Institute for Pharmacy Practice and Policy. Prof. dr. Toine Egberts is ziekenhuisapotheker.
Burger centraal bij echte marktwerking
29 september 2008 | Het Financieele Dagblad
Door: Huppes W.
Burgers oefenen in een goed functionerende democratie via politieke instituties invloed uit op de samenleving, maar op de zorgsector is de invloed echter gering. De overheid laat het aansturen van de gezondheidszorg vooral over aan talloze technocratische commissies, zoals de Commissie Farmaceutische Hulp en het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen. Die adviseren de minister product na product in procedure na procedure.
Ambtenarenrapporten creëren een kluwen van regelgeving, toezicht houden, kennisproductie en uitvoeren. Niemand heeft nog het overzicht. Maar de uitkomsten van dit technocratisch proces bepalen wel tot in alle detail wat een burger aangeboden mag worden in de zorg en welk tarief daarvoor geldt.
Grote hoeveelheden regels ondersteunen steeds minder het belang van de burger. Burgers kunnen er geen wijs uit en worden vaak wanhopig als ze zich verdiepen in hun behandelmogelijkheden. Het blijft onduidelijk of de vele nieuwe middelen uit de laboratoria waar zij in de media kennis van nemen, wel voor hen geschikt zijn. Het is ook niet helder waar deze verkrijgbaar zijn en wat ze kosten.
Het probleem is dat de belangen van de burger ondergesneeuwd zijn geraakt. In plaats van zich te buigen over manieren om in te spelen op de behoeften van de burger praat de politiek over medische techniek. En de bureaucratie van de zorgplaneconomie groeit ongestoord verder.
Deze technocratische beleidschaos ontneemt de politieke partijen de behoefte om fundamenteel na te denken over de inrichting van de zorgsector. De belangen van de burger komen maar niet over het voetlicht. Met het dogmatisch vasthouden aan de zorgplaneconomie vervreemdt de zorgsector zich steeds meer van de belangen van de burger. Echte marktwerking in de zorg betekent de vraag van de burger centraal stellen.
Dr. drs. W. Huppes, MBA, is internist te Hilversum.
(met toestemming van de auteur overgenomen)
Een pot pindakaas
Toen ik in juli 2007 bij Google voor het eerst “medicijnen” in typte, werd ik overspoeld door een veelheid aan informatie. Gesterkt door het voornemen van het kabinet om de zorgsector meer marktgedreven te maken, besloot ik om mezelf te gaan verdiepen in de zorgsector en alles wat daarmee te maken heeft. Tachtig afspraken, honderden artikelen, rapporten en zeven maanden verder, had ik een aardig (zeker niet perfect) beeld van wat de zorgsector inhoudt.
Wat me direct al opviel was dat er in deze markt, die nog lang geen echte markt is (kan dat wel?), heel weinig rekening wordt gehouden met de wensen van de klant. Hoewel iedereen over elkaar heen buitelt om te zeggen dat patiënten belangrijk zijn, bleek dat in de praktische alledag van de zorgconsument (ik gebruik liever dat woord, om de economische rol van een patiënt te duiden) dat allerminst het geval te zijn. Dat is niet bedoeld als een diskwalificatie van de spelers in die sector, maar breng ik hier puur op als een persoonlijke constatering. Er zit ook nogal wat processen, procedures, constructies en andere verbanden in elkaar vervlochten in deze sector. Dat verander je niet heel snel.
Door een jarenlang zorgvuldig in stand gehouden medische doctrine van zorgproducenten (aanbodzijde), kon de rol van de patiënt niet verder evolueren dan een persoon die doorgaans gelaten zorg consumeert. Door de opkomst van internet echter, heeft die zorgconsument zich kunnen informeren over nieuwe medicijnen, andere behandelmethoden etc. Internet draagt in sterke mate bij aan de emancipatie van de zorgconsument omdat de informatie-achterstand verdwijnt. Dat gaat de komende jaren alleen maar verder toenemen als het gebruik van internet als informatiebron zich verder verspreidt. Zo ver niets nieuws.
Wat me ook opviel, al in het begin van mijn “zorgstage” was dat de consument geen enkel economisch motief heeft in een zorgtransactie. Hij betaalt zijn premie en daarmee is het voor de consument afgedaan. Hooguit één keer per jaar even piepen als de premie alwéér omhoog gaat, of het basispakket weer wat verder wordt uitgekleed, maar dat is het dan ook wel. Maar stel je voor dat een nieuwe knie in Amsterdam Eur 1000 goedkoper is (en net zo goed uitgevoerd) als in Groningen. Het maakt de consument niets uit. “Het wordt toch wel betaald door de verzekering”. Iedereen in de zorgsector heeft een economisch, of op z’n minst een financieel motief, behalve de consument zelf. Overheid-budget, zorgproducent (arts)-inkomen, verzekeraar-premie. Als precies diezelfde consument een nieuwe televisie, fiets of bed koopt – speelt de prijs-kwaliteit verhouding wel degelijk een rol. Ik sprak eens een chronische zieke, continue gebruiker van herhaalmedicatie. Ze vertelde me dat voor haar, na al die jaren “de medicijnen niets anders waren dan een pot pindakaas”. Het maakte haar niet uit waar ze “de Calvé pindakaas haalde, want de kwaliteit en de pot waren toch overal hetzelfde”. En zo is het toch is ook met medicijnen, dacht ik toen?
Om dingen te veranderen in de zorgsector bedachten we dat het goed zou zijn als een zorgconsument in ieder geval een (in-)direct financieel belang krijgt per zorgtransactie. Als we dat per transactie zouden kunnen inbouwen, geeft dat namelijk een kritischer inkoper (consument) op continue basis, dan als we dat zoals nu per premiejaar zouden handhaven.
Wat we ook zagen, was dat zowel overheid als consument klagen over het feit dat alles duurder wordt (4+ % per jaar) en dat zorgproducenten klagen dat ze te weinig geld krijgen om hun beroep goed uit te oefenen. En zo wordt de discussie altijd teruggevoerd naar geld. Maar over de hoofden van de consument.
Wat is “goed” eigenlijk? Ook daar zijn honderden zo niet duizenden werkgroepen, projectgroepen, verenigingen en stichtingen, al dan niet gesubsidieerd mee bezig. Dagelijks of jaarlijks. Continue en periodiek. De achtergrond van de opdrachtgever of uitvoerder laat vaak een een beredeneerd beeld zien van het onderzoeksonderwerp. Leest u bijvoorbeeld eens twee rapporten, gemaakt door twee verschillende groepen over hetzelfde onderwerp: de medicijnmarkt 2007 in Nederland. Een rapport van Vektis, vanuit de zijde van de verzekeraars. En ook een rapport van SFK, vanuit de zijde van de apothekers. Begrijpelijk dat daar interpretatieverschillen optreden, maar het is voor een consument (als die zich al verdiept in deze materie) allemaal niet overzichtelijker.
Juli 2007 was er een zomerdebat van de KNMP in Utrecht, dat ik mocht bijwonen. Het was heel leerzaam om de “cats and dogs” in een ruimte bij elkaar te zien. Mike Leers, bestuursvoorzitter van CZ, was ook uitgenodigd om zijn verhaal te doen. Leerzaam en inspirerend. En het was daarmee ook een van de directe aanleidingen om te komen tot wat we nu doen met FarmaFit:
* meer transparantie,
* meer vraaggedreven kwaliteit,
* meer economisch motief bij de consument,
* echte aanbiederscompetitie.
En met hetzelfde doel als bijvoorbeeld de KNMP als slogan heeft “samen naar een betere kwaliteit van zorg”. Dat doel delen we en daarom gaan we er samen mee vooruit, het doel is namelijke hetzelfde. Maar deze ene keer neemt de consument het voortouw! Eens kijken of het Albert Heijn of Lidl wordt.
Welkom bij FarmaFit.nl !
Bart Jaspers
